Mijn eerste halfjaar wedstrijden

Fabian Akkerman
Een aantal jaren geleden wilde ik starten met het rijden van wedstrijden. Altijd weer had ik een excuus om me niet aan te melden bij een wielervereniging; Ik was toch niet goed genoeg, ik zou misschien het plezier in het wielrennen verliezen, ik heb er geen tijd voor, het kost me teveel geld en ga zo maar door. Toen ik ging studeren werd het wat makkelijker.

De stap om me aan te melden bij de studentenwielervereniging was kleiner. Ik wist bij het aanmelden al dat ik wedstrijden wilde gaan rijden. Dus in het nieuwe seizoen 2016 heb ik meteen een wedstrijdlicentie aangevraagd, bij de Amateurs. Ik mocht aan het eind van het seizoen 2015 al even snuffelen aan een een wedstrijd, het nationaal studenten kampioenschap bij de niet-licentiehouders. Helaas uit koers gehaald, maar ik vond het echt heel leuk.

Het wennen aan vaste trainingstijden, maar ook een nadelig lesrooster maken dat ik in het afgelopen jaar lang niet alle trainingen (lees: weinig trainingen) van de club heb bijgewoond. De trainingen zijn wel heel leuk (lees: zwaar) en je wordt er echt beter van.

Maar goed, begin 2016 startte ik met enkele trainingswedstrijden. Ik had wel getraind in de winter, maar ik trainde niet echt gericht.

Het weer bij de eerste trainingswedstrijd was verschrikkelijk. Ik had niet echt goede winterkleding, dus dat was wel afzien. Hoewel je wel een beetje in het diepe wordt gegooid, ik had totaal geen kennis van wedstrijden en alles eromheen, raak je snel bekend met de gebruiken.

Terwijl we aan het wachten waren klonk opeens een fluitje en iedereen stoof weg. Slecht voorbereid, ik had mijn ketting op het kleine blad, lag ik er meteen al af. Mijn voorderailleur wilde niet echt meewerken en ik stapte maar af na een ronde, niet echt een goed begin. Ik was niet irrealistisch en wist dat ik ergens wel had moeten lossen, maar zo snel, dat was toch wel teleurstellend.

De volgende trainingswedstrijden gingen niet veel beter. Ik heb uiteindelijk een trainingswedstrijd uit kunnen rijden, niet in het peloton maar in een achtergebleven groepje. Het langste wat ik tijdens die wedstrijden in het peloton heb gezeten was 1 km denk ik, dus peloton-ervaring heb ook niet op kunnen doen.

Wel hebben die wedstrijden me even wakker geschud. Om er nog wat van te maken moest ik meer gaan trainen, maar vooral ook gerichter gaan trainen. Dat deed ik vanaf dat moment wel iets beter.

Fabian Akkerman

De eerste wedstrijden

Het echte seizoen begon al snel, met een studentenwedstrijd aan de andere kant van het land. Het niveau was wat lager, maar ik koerste veel te agressief, ik brandde mezelf snel op, en finishte daar ook niet. Stom, want dit was de uitgelezen kans om een keer in het peloton te finishen.

Daarna kwam er een dikke maand dat ik geen koers reed. Er waren wel koersen genoeg maar dat waren veelal klassiekers op een paar uur rijden met de auto. Het werd me afgeraden daar te starten, als je lost heb je geen kans om het volgende rondje weer aan te pikken.

In de periode zonder koers trainde ik gewoon lekker door, maar wedstrijdkilometers waren beter geweest voor mijn vorm, denk ik. Mijn eerste KNWU koers was de ronde om de vijver in Hengelo. Dat ging beter dan verwacht. Ik kon nog wel redelijk lang mee, als ik uit het peloton lostte dan nam ik wat tijd om te herstellen en probeerde de volgende ronde weer aan te pikken. Dat ging prima en het was ook erg leuk, met publiek langs de kant kan je toch altijd wat harder….

Na die wedstrijd was de motivatie ineens helemaal weg. Ik weet ook niet hoe het kwam, ik kwam niet vooruit op de fiets, had het gevoel dat ik moest trainen maar had daar helemaal geen zin in. Voor mijn gevoel duurde die periode echt maanden. Als ik terugkijk in mijn trainingslog was het maar 3 weken. Toch is een dipje in de motivatie nooit in een keer weg, zoals die dip geleidelijk komt, zo komt de motivatie ook geleidelijk weer terug.

Uit het dipje

Om uit dat dipje te komen had ik me maar aangemeld voor een aantal wedstrijden. Dat hielp. Ik reed elke week een wedstrijd en hoewel ik meestal een DNF achter mijn naam kreeg, groeide het plezier steeds meer.
Toen de motivatie haast weer in zijn geheel terug was reed ik mijn eerste tijdrit in de studentencompetitie. Hoewel ik niet meedoe om een goede klassering in die tijdritten, vond ik het super leuk om te doen. Ik ben altijd al wel goed geweest in een constant en hoog tempo lang vasthouden, dus tijdritten liggen me wel.
Dat werd dus echt een doel, ik kocht een opzetstuurtje en ging trainen om die diepe houding langer vast te houden en ook bochten te kunnen nemen op het opzetstuur.

Fabian Akkerman

De koers waar ik tot nu toe de beste herinnering aan heb is de Ronde van Exel. Het was echt warm en ik moest eerst 38 km heen rijden om vervolgens een koers van 70 km te rijden, niet ideaal. Maar ik wist voor het eerst langere tijd (45 minuten ongeveer) in het peloton te rijden. En ik heb voor het eerst een KNWU koers uitgereden!

Als ik alles zo bekijk dan lijkt mijn wedstrijdseizoen weinig succesvol tot nu toe.
Toch heb ik, ondanks al die DNF’jes, heel veel plezier in het rijden van wedstrijden. Het heeft een soort aantrekkingskracht en het hebben van een doel is heel motiverend.

De afgelopen tijd reed ik niet veel wedstrijden, er waren er niet zoveel en ik was op vakantie, met fiets. Ik heb in de bergen mijn vorm goed verbeterd, dus hopelijk levert dat wat op.

De komende tijd rijd ik nog wel wat wedstrijden, daar later meer over.

REAGEER HIER